vrijdag 7 juli 2017

Tekenen voor nerds

Vorige week kocht ik een tekentablet. Voor de niet-nerds onder ons: dat is een tablet en een 'stiftje' die je aansluit aan je computer ter vervanging van de muis. Het leuke aan zo'n tablet is dat je er heel naturel mee kan bewegen en tekenen.
Ik vond mezelf nerd genoeg om me er eentje aan te schaffen, al was het maar in de hoop dat ik het tekenen weer zou hervatten. Want laat ons daar geen doekjes om winden: het is een eeuw geleden dat ik getekend heb. Na een opleiding in de Vrije Beeldende Kunsten (lees: tekenen, schilderen en beeldhouwen), en de nodige verkondigingen dat tekenen écht wel mijn leven is, ben ik het aan mezelf verplicht die skills toch een tikkeltje te onderhouden (of in dit geval: terug aan te wakkeren).

Ik was vooral benieuwd naar de mogelijkheid om 'klassiek' te tekenen. Want naast al die Wacom gebruikers die schitterende illustraties maken, voel ik mezelf maar een groentje.
Met klassiek tekenen bedoel ik: met potlood of houtskool op papier, getekend naar de realiteit.
Maar dus, die tekentablet (een Wacom Intuos Pro L) gaf me mijn motivatie terug.
En enkel voor de verpakking zou je hem willen kopen! (écht!)



Ik downloadde enkele brushes en maakte van photoshop mijn papier
De combinatie schetsen op de oude manier, maar met de voordelen van de nieuwe technieken (te lang doorgewerkt op de tekening? Geen probleem, cmd-Z, terug naar de vorige stap!) voelt verfrissend en uitdagend.
De eerste schetsen zijn een feit, en ik ben blij met het resultaat!
Ik voel wel dat ik de opties bijlange nog niet genoeg benut. 

Maar oefening baart kunst, nietwaar? :-)

zaterdag 1 juli 2017

Naar de grote school

Het is vakantie!
Sta me toe blij te zijn, ook al heb ik zelf nog geen verlof. Het wegvallen van de ochtendrush voelt als een ontspannen begin van de dag. Ook al wil dat zeggen dat we 6 kinderen (3 van mezelf en 3 van zus Yanne) fulltime moeten meenemen naar ons Atelier.
Gisterennamiddag - eerste halve dag vakantie - begon al veelbelovend. Terwijl Bores verzekerde dat hij Lucie telkens binnen de 10 seconden op de grond kreeg (die zou judo moeten gaan doen, echt),  plaste Rube nogmaareens in zijn broek, met de mededeling: 'maar het is niet erg hoor, mama' (als hij het zelf zegt...). Tuur kon zijn enthousiasme niet kwijt, dus ging hij een beetje kleintjes ambeteren. En Anna was moe. Zo moe dat ze de hele tijd huilde. (Dat heb ik nooit gesnapt. Als ik moe ben, schakel ik automatisch over op energiebesparingsmodus. Een vermoeid kind zet in op decibels, alsof dat zal helpen.) Norah kreeg een woedeuitbarsting, iets met een splinter en dat ze naar tv wilde kijken. En Lucie, het kleinste exemplaar en de dupe van dit alles, wilde enkel op de arm zitten om aan dat geweld te ontsnappen.
Kinderen meenemen naar het werk, het was een superkeuze, maar af en toe verlangen we toch tot ze allemaal naar school mogen gaan.
Maar die ochtendrush die wegvalt, dat maakt dus dat ik tòch van vakantie hou.
Norah moet veranderen van school. De derde kleuterklas is voorbij, tijd dus voor 'de grote school'.
Daar sta je als ouder. Met als enige bagage je eigen ervaringen. En nu is het jouw verantwoordelijkheid te beslissen in welke school jouw kind zal passen.
Ik heb lang gezocht naar de handleiding van onze kinderen. Zo een briefje waar zwart op wit staat: 'U kocht een Norah, proficiat. Om optimaal van de talenten van dit kind te kunnen genieten, is het aangewezen uw Norah in te schrijven in school X. Op die manier zullen alle functies benut worden, zonder vroegtijdige sleet te vertonen.'

We schreven Norah in. In een school die niet op ons lijstje stond (waarom eigenlijk niet?), maar waar we toch ons hart verloren.
We besloten alle goedbedoelde raad naast ons neer te leggen en te gaan voor het buikgevoel.

Met het idee 'het talent komt wel bovendrijven' en 'beter gestimuleerd worden in iets wat ze graag doet, dan geduwd worden in een richting die niet de hare is', gunnen we ze een schoolcarrière vol creativiteit en natuurbeleving.
En met dat idee zetten we de vakantie in.

(O ja, wegens inschrijvingsstop schreven we ook Rube onmiddellijk in. Exit klein kleuterschooltje voor ons dus.)

donderdag 22 juni 2017

windpokken

Dit verhaaltje schreef ik vorig jaar, toen Norah, Rube en Bores van kop tot teen onder de rode stippen zaten. Ik bedenk me nu pas dat het nooit op de blog verscheen, terwijl het toch een momentje was om te onthouden.




‘Mama’, zegt Norah, ‘weet je wat ik zo leuk vind?’ Ze zit op de grond met haar babybroer tussen de benen en wrijft zachtjes op zijn blote rug.
‘Als jij op mijn rug wrijft. Want als ik windpokken heb mag ik niet krabben, en dan is het leuk dat jij wrijft. Daarom wrijf ik ook bij Bores.’
Ik glimlach. De hele kroost staat vol rode stippen. En daar waar ze soms elkaars haren zouden uittrekken, zijn de pokken nu een uiterlijk teken van verbondenheid.

Op school waren de windpokken al weken gespreksonderwerp, en nu zijn ze er eindelijk zélf trotse eigenaars van. Uitspraken als ‘ik heeft 120 windpokken, en jij?’ vormen de aanzet tot gekke vergelijkingen en boeiende verhalen over windpok-avonturen. (‘Aaaaargh! De grote vaarlijke windpok isse mij gepakt!’)

‘Waaaaaw!’ Norah is duidelijk onder de indruk. Ze wijst naar de buik van haar broertje. 'Kijk eens mama, wat een boel stippen bij elkaar! Ik wou dat ik er ook zoveel heeft…'

Ik bedenk me wat een knappe eigenschap het is, om in die lelijke pokken iets moois te zien. En onmiddellijk illustreert het de relativiteit van schoonheid.

‘Ja’, zeg ik, ‘dat zijn er veel hé! Maar die van jou zijn dan weer veel dikker.’
Mijn poging de kinderen over één kam te scheren wordt met een frons onthaald.
Norahs zwijgt en denkt na. Ze kijkt hoe ik in mijn ondergoed mijn haar omhoog steek.
‘En jouw billen zijn veel dikker dan de mijne’, merkt ze op.
Ik werp een snelle blik in de spiegel: dat van die waarheid en die kindermond!

‘Gelukkig is dikker heel mooi hé, mama’, zegt Norah.
‘Yes!’ ze richt zich tot de enthousiaste baby tussen haar benen, ‘mama is de dikste en ik heeft de dikste windpokken! De meisjes zijn gewonnen!

Bores kraait. De pokken doen heel hard hun best zijn mooie snoet te verbergen.
Maar hij straalt. Van pok tot teen.

vrijdag 12 mei 2017

Een fotoverhaal - maart & april 2017

Voor ik het wist was er een maand voorbij, en besefte ik dat ik de maandfoto vergeten te posten was. Ik had hem gelukkig wel gemaakt, dat staat netjes in de agenda aangestipt. :-)
Bij deze: 2 in 1!

maart 2017

april 2017



Bores - 1 jaar 6 maanden

Wat je je afvraagt:
  • hoe hard je met een auto kan slaan voor er tranen volgen
  • wanneer je weer mag drinken (serieus, het is al een half uur geleden hoor!)
  • waarom je in bed zou slapen als er een mama bestaat die even goed ligt
  • of ik je teentjes wil tellen
Opvallend:
Je begint te praten, hoera! Op het lijstje staan: mama, papa, auto, kraan, poep en Lucie

Rube - 3 jaar 6 maanden

Wat je je afvraagt:
  • of je schoen aan de juiste voet zit
  • waarom mensen complimenten geven (daar moeten ze dringend mee ophouden)
  • waarom je weer een droge broek aan moet, als je er toch weer in gaat plassen - free the flute!
  • of er nog meer negaties bestaan
Opvallend:
In maart ben je weinig naar school gegaan, een vermoeiend beestje had je te pakken.
Jouw taal evolueert heel mooi.

Norah - 5 jaar 6 maanden 

Wat je je afvraagt:
  • waarom Jezus enkel een onderbroek draagt
  • of een scheetje rond is
  • hoeveel keer je nog moet slapen voor je naar het eerste leerjaar mag
  • of de tandenfee echt bestaat
Opvallend:
24 cm, dat is de opbrengst haar die je schonk aan Think Pink. Niet slecht voor een meisje van 5!
Je houdt zo hard van je kleine broertje. Als ik je een avondkusje wil geven, mag dat niet op je mond. 'Daar heb ik een kus van Bores', zeg je, 'en die bewaar ik.'

zondag 30 april 2017

Een gevallen ster

Norah zit in de zetel. Ze kijkt wat in het niets en haar lip trilt.
‘Is er iets, Norahtje?’ vraag ik.
‘Het is gewoon… Eigenlijk mis ik oma…’, zegt ze zacht.
Ik slik. Ik mis mama ook, keihard. Maar het verdriet van Norah is zo eerlijk en puur dat ik niet goed weet hoe ik dat moet plaatsen.

‘Dat begrijp ik’, zeg ik.

‘Ik zou zo graag een tekening geven aan oma’, zegt Norah.
‘Weet je, ik vind het jammer dat ze niet begraven is, want als ik mijn tekening aan de zee geef, dan zal die wegdrijven…’

Norah is stil. Ik ook, ik weet niet goed wat ik moet zeggen, de krop in mijn keel spert mijn stemgeluid de weg.

‘Eigenlijk moet ik mijn tekening niet aan de zee geven hé’, bedenkt het kleine meisje met de veel te grote gedachten. ‘Het kistje zit niet meer in de zee, want oma is al een ster geworden!’
Ze denkt na.
‘Mama, als jij dood bent, waar wil jij dan naartoe?’
‘Ik ga proberen nog heel lang te leven’, zeg ik.
‘Oma heeft dat ook geprobeerd’, zegt Norah.
‘Maar dat is niet gelukt met die beestjes in haar buik.’

De opborrelende tranen vinden hun uitweg. De zacht trillende lip maakt plaats voor een boos gehuil. Onmachtig, oneerlijk, onterecht. Als de dood voor ons zo moeilijk te vatten is, dan moet het voor zo'n klein meisje toch véél te abstract zijn.
Ergens in haar hoofd vertaalt ze het onbegrijpelijke gevoel van gemis naar concrete frustraties.  
‘En ik weet niet eens welke kleren oma aanhad, mama, en dat ga ik nooit meer zien.’

We zeggen niets. Norah snikt nog even na.
‘Weet je, mama, als ik een mama ben, dan ga ik mijn kindje ‘Merjam’ noemen.’
In gedachten glimlacht oma Marjan om zoveel kinderlijke wijsheid.

Die nacht wordt Norah wakker.
‘Mamaaaaaa!’, roept ze.
Met mijn abrupt wakkere hoofd kan ik moeilijk uitmaken met welke emotie deze kreet kwam. Ik verwacht een vreselijke nachtmerrie.
‘Mama, ik heeft iets superleuks gedroomd!’ fluistert Norah. ‘Ik was naar de sterren aan het kijken en ik zag oma! En plots viel oma uit de sterren! Zomaar naar beneden, tot bij mij!’
Norah is welgemeend blij.
Haar donsdeken ligt achterstevoren en ondersteboven, de hoes van haar kussen ligt naast het bed. De droom ging niet ongemerkt voorbij.

‘Ik ga weer slapen’, zegt Norah, ‘ik ga vlug kijken welke kleren oma aanheeft.’

donderdag 27 april 2017

Doktertje spelen


Het is stil als ik beneden kom. Dries ligt in de zetel met een doekje op zijn hoofd, terwijl Norah en Rube met een serieus gezicht door de kamer lopen.
‘Sssssssst!’, zegt Norah als ze me ziet, ‘papa moet geopereerd worden. Het is heel erg!’
Op het blad in haar hand staan enkele tekeningen in vakjes.
‘Ik heeft foto’s moeten maken’, zegt ze, ‘dit is een voet met een barst, en hier staat een tand met een gat. In papa’s elleboog zit ook een spin die ik er uit moet halen en in zijn andere voet zijn er 2 botten te kort. En ja… hij gaat een bril moeten dragen.’
De ernst in haar gezicht is aandoenlijk.
Ondertussen dient Rube zwijgend nog enkele spuiten toe.

Norah richt zich terug tot Dries.
‘Wat is jouw naam meneer?’, vraagt ze serieus.
Zonder het antwoord af te wachten noteert ze ‘PAPA’
‘En waar heeft je last van?’
‘Eigenlijk nergens’,
zegt papa lachend.
Het doktersmasker van de kleine dokter maakt even plaats voor een geïrriteerde blik. ‘Alsof hé, papa!’, gromt ze.

Ze neemt papa’s hand en tovert een stift tevoorschijn. In het midden van zijn hand tekent ze een dik kruis.
‘Zo’, zegt ze, ‘dit is omdat je bij de dokter bent geweest.’
Op het andere hand staat ’73’, het nummer van ons huis, bij wijze van identificatie.
In een waar doktershandschrift krabbelt het geconcentreerde meisje er op los, terwijl ze met een gemeende blik instructies geeft. Op papa’s hand verschijnt een onleesbaar voorschrift.

De Kleuterdokter benadrukt het belang van een bril. De overige kwalen zijn met de ingreep van daarnet vlotjes weggewerkt.
‘Weet jij de brillenwinkel zijn?’, vraagt ze, ‘kijk, dit staat op de deur.’ Ze tekent het logo van de opticien.
‘En de deur ziet er zo uit’, voegt ze er nog aan toe. Terwijl ze 2 rechthoeken tekent, legt ze uit dat het schuifdeuren zijn die automatisch opengaan.

‘Voilà’, zegt dokter Norah, ‘zo moet het wel lukken.’
‘Maar toont u het zéker nog eens aan uw vrouw!’

donderdag 9 maart 2017

Een fotoverhaal - februari 2017 (sprongetjes)


Elke maand maak ik een foto van onze kinderen. Op dezelfde plaats, in dezelfde sfeer. En elke maand vertel ik hen een piepklein beetje over zichzelf.
Opdat we de kleine momenten in hun opgroeien niet zouden vergeten.

februari 2017


Norah- 5 jaar 5 maanden

Je sprong.
Je tekeningen krijgen plots een andere vorm. Een mannetje staat niet meer in het midden van het blad, maar rust op de rand en de zon komt steevast uit het hoekje. Het blad is een duidelijk kader voor jouw creatieve avonturen.
’s Avonds wil je niet meer naar het verhaaltje luisteren, maar wil je zélf lezen, ook al kan je dat nog niet echt. Je spelt letter voor letter tot je snapt welk woord er staat, en je straalt als het lukt.

Rube - 3 jaar 5 maanden

Je sprong.
Het wordt gemakkelijker communiceren met elkaar. Het gevoel dat we helemaal naast elkaar praten en dat jij niet begrijpt wat ik zeg, is er niet meer. Dat wil uiteraard niet zeggen dat je effectief ook luistert naar wat ik zeg. ;-)
Het leeuwenkostuum dat ik maakte voor carnaval is gebombardeerd tot de favoriet uit de kleerkast. Luid brullend loop je door het huis. Jouw manen wild en jouw blik woest. Aan je voeten heb je groene wollen pantoffeltjes. Ik vraag me niet meer af waar de term ‘pantoffelheld’ vandaan komt.

Bores - 1 jaar 5 maanden

Je sprong.
Letterlijk, want plots spring je met 2 benen tegelijk. Het is superschattig om te zien hoe je je voorbereidt op een sprong die je de volle centimeter van de vloer verwijdert.
Ook jouw taal zette deze maand een ferme stap vooruit. Hoewel je nog niet echt verstaanbaar praat, is je gamma aan klanken wel plots veel uitgebreider. Naast ‘mama’ in 300 intonaties, zeg je nu ook ‘kijk é!’ (net voor je een kunstje doet) en een heleboel niet typ-bare woorden die elk effectief een betekenis hebben.